Na het drukke ‘Endless Journey’ album had ik zin om alle toeters en bellen achterwege te laten en een soort ‘Dusc’-achtig album te maken. Het resultaat was een stevige gitaarpop/rockplaat met een knipoog naar muziek uit de jaren zestig. Ik werkte bijna twee jaar aan ‘Fading pictures’ omdat ik tussendoor bezig was met het voorbereiden van mijn verhuizing en mijn hoofd er minder naar stond vanwege de ziekte van mijn moeder.

Boring life
Het maken van fouten is geen schande, het leidt zelfs tot wijsheid en zelfvertrouwen. Tenminste, dat is mijn ervaring. Af en toe was ik (in die tijd) een ongeleid projectiel, maar alles beter dan een saai leven leiden waarin niks gebeurt.

Come to me
Ik wilde graag dat Jeroen Bos (gitarist in de band Dusc waar ik uit was gestapt) een gitaarsolo zou spelen op 1 van mijn nummers. Toen ik hem vroeg antwoordde hij op zijn bekende droge manier: ‘Okay, dat is goed. Welk nummer dan?’ Ik moest het antwoord schuldig blijven. Het nummer was namelijk nog niet geschreven. Jeroen is een bluesliefhebber en dat inspireerde me om een nummer in dat genre te schrijven. Ik vind zijn solo echt fenomenabel. Het stimuleerde mij ook om meer aandacht aan mijn eigen solo’s te besteden, al komen die niet in de buurt bij die van hem.

Best shot
Tekstueel is het een beetje vaag; zelfs als ik het nu lees vraag ik me af wat ik precies wou zeggen. Waarschijnlijk over vallen en opstaan, waar veel nummers van mij over gaan. Coupletten zijn meestal gelijk, maar ik maakte ze voor de verandering verschillend. De eerste en de laatste coupletten hebben een andere timing en riff.

Fading pictures
In 2007 zou een nieuw hoofdstuk in mijn leven beginnen: ik zou voor het eerst op mezelf gaan wonen. Dit nummer gaat over de angst om te vervallen in eenzaamheid. In werkelijkheid viel het reuze mee. In de zeven jaar dat ik alleen heb gewoond heb ik mij slechts enkele momenten wat eenzaam gevoeld. Een bewijs dat een mens zich soms druk maakt om niets.

Weekend drive
Meer dan een beetje geïnspireerd door ‘Green river’ van CCR. Dit is een voorbeeld van een nummer waarvan ik eerst de muziek bedacht. Want door de ‘drive’ kreeg ik het idee om iets te schrijven over een autorit. Over een vader die er een weekend met zijn zoontje op uit trekt en hem langs oude plekjes uit zijn eigen jeugd rijdt.

Supermarket
Ik had nooit vakantiebaantjes, maar er zijn velen die als puber in een supermarkt hebben gewerkt. In dit nummer fantaseer ik over een 17-jarige die verliefd wordt op een vrouwelijke collega en niet alleen zijn werk maar ook zijn privé-leven verwaarloost. Op een gegeven moment is ze verdwenen, maar na al die jaren (de hoofdpersoon is inmiddels manager geworden) denkt hij nog steeds aan haar en vraagt zich af hoe het zou zijn als ze zijn vrouw was geworden.

Butterfly
De vlinder als metafoor voor een dame waar ik een oogje op had. Ze fladderde van de één naar de ander en leek gesteld te zijn op haar vrijheid. Ik was juist op zoek naar verbondenheid.

Fish out of water
Mijn neef en zijn vrouw vertrokken naar Canada, hun buurvrouw naar Utrecht en ik verhuisde naar Veendam. Allemaal in hetzelfde jaar 2007. Reden genoeg om daar een nummer over te schrijven. In alle gevallen ging het om geen verbinding meer voelen met je woonplaats. En dan is een nieuwe start erg aanlokkelijk omdat daar alle opties nog open liggen. Ik kende niemand in Veendam, maar zag dat ook als een voordeel. Het was een schone lei, een nieuwe start.

Miracle
Volgens Jeroen had dit nummer wel iets van ACDC! Ik heb daar geen enkele plaat van in de kast staan, maar misschien is er iets in mijn onderbewustzijn binnengeslopen. ‘Miracle’ gaat over de eerste periode van mijn moeders ziekte. Na jarenlange ongemakken leek ze wat op te knappen, de chemo’s sloegen aan en voor mij was het een mirakel dat ze het allemaal had overleefd. Ook al wist ik dat de behandeling was gericht op het rekken van tijd, ik hoopte dat ze nog zo lang mogelijk bij ons zou blijven.

The gameplan
Tegenwoordig romantiseer ik mijn periode als ‘loonslaaf’ een beetje. Maar in die tijd zelf was het niet altijd gemakkelijk. Ik had soms het gevoel dat mijn baas dingen op mij afreageerde en dat leidde tot felle confrontaties, niet zelden op vrijdagmiddag. Dan was ik het hele weekend van slag door zijn harde woorden. Op de maandagmorgen maakten we het dan weer goed, tot de boel weer een keer ontplofte. Het was ook een moeilijke tijd. Achteraf gezien was de crisis in aantocht en zou ik binnen een jaar werkloos zijn doordat het bedrijf failliet ging.