Categorie: Blog (page 1 of 2)

Bargerveen

Ten zuiden van Klazienaveen, grenzend aan onze Oosterburen, ligt het Bargerveen. Dit 2100 hectare grote natuurgebied is het laatste restant van het Bourtangermoeras. Als één van de weinige hoogveengebieden van ons land werd het Bargerveen niet volledig afgegraven ten behoeve van de turfindustrie. Natuurliefhebbers kunnen hier hun hart ophalen aan de vele planten- en diersoorten en genieten van de rust in dit ruige Drentse landschap.

In het Bargerveen zijn vele bijzondere planten- en dierensoorten te vinden. Vogelliefhebbers hebben in het gebied meer dan 200 vogelsoorten geteld, waaronder ruim 100 verschillende broedvogels.

Het Bargerveen bestaat uit drie delen: in het noorden vindt je het Meerstalblok, dat water en moeras, heidevelden, graslandjes, bos en struiken bevat. Dit is het kleinste, maar ook het meest gevarieerde deel van het hele gebied. Het middelste deel van het Bargerveen heet het Amsterdamsche Veld. Hier is nauwelijks meer veen te vinden, maar door de afgraving zijn er vele meertjes en plassen ontstaan. In het zuidelijke deel vindt je het Schoonebeeker Veld. Hier zijn ook vele watertjes te vinden, waar veel kikkers, salamanders en libellen in leven. In dit deel werd het veen niet afgegraven, maar gelijk als landbouwgrond gebruikt.

Dichtbij het vuur

Doorgaan zonder om je heen te kijken
Constant op zoek naar hoe je jezelf kunt verrijken
Geen brug te ver, geen berg te hoog
De obsessie om af te wijken

Elke stap die nog niet is genomen
Wordt een onderdeel van al je dromen
Het hier en nu is als een springplank
Voor de tijd die nog gaat komen

Als kind kon je zó opgaan in het moment
Nu zeg je vaak dat alles went
Je wilt buiten de kaders en van het pad af
Elke dag opnieuw verleg je het accent

Je oogt zo kalm maar van binnen woedt er een orkaan
De tijd is als een lekkende kraan
Je geeft 200 procent voor wie het horen wil
Maar vergeet je niet de mensen die dichtbij je staan?

Je geliefden staan te roepen in de woestijn
Terwijl jij je weer eens waagt op onbekend terrein
Het is nooit genoeg, je daadkracht is groot
Maar je negeert al je inwendige pijn

Dichtbij het vuur, waar het allemaal gebeurt
Waar de contouren van het leven worden ingekleurd
Maar kom je te dichtbij dan voelt dat niet fijn
En dan krijg je bezoek van Magere Hein

Dichtbij het vuur, de koele vlam ontwaakt
Fluistert, het geeft niet, niets is volmaakt
Die drang naar perfectie is als een eindeloze reis
Als je de rit uitzit ontvang je geen prijs

Kom bij het vuur en laat je gedachten eens gaan
Na rust en bezinning kun je alles weer aan
Omarm de stilte die ruimte in je hoofd schept
En besef je hoe weinig je eigenlijk nodig hebt

Voorgedragen tijdens “Dichter bij het vuur” in de Turfcentrale in Veendam op 12 januari 2018

De gevolgen van internetitis

Volgens psychotherapeut Jeffrey Wijnberg hebben veel mensen last van ‘mobilitus’, de neiging om vaak naar hun mobiele telefoon te grijpen om ‘iets’ te checken op het internet. Fotograaf Ritzo ten Cate betrapt mensen op heterdaad als zij op straat helemaal opgaan in hun mobiele telefoon. Hij wacht de ‘smartphonezombies’ op en maakt, vlak voordat ze bijna tegen hem opbotsen, een foto. Als je de fotoserie op zijn website bekijkt, zie je bijna allemaal dezelfde holle blik in hun ogen. Het is bijna eng om te zien dat mensen van alle rassen, leeftijden en standen diezelfde zombie-achtige blik hebben. Ritzo verwelkomt ze weer in het echte leven. Zelf weet hij maar al te goed hoe het is om online te verdwalen. Vorig jaar deed hij mee aan de Pokémon Go-hype en verbaasde zichzelf over het feit dat hij zich die hele tijd volledig afgesloten voelde van de buitenwereld.

Je hoort en leest er steeds meer over; mensen die eigenlijk teveel tijd doorbrengen op het internet. Even snel iets opzoeken bestaat eigenlijk niet. Voordat je het weet ben je een uur verder. Als ik mijn tijdlijn doorscroll zie ik voornamelijk berichten voorbij komen die mij niet of nauwelijks interesseren. Waarom check ik ze dan elke dag? Is dit een echte verslaving of ben ik bang om iets te missen? In elk geval hebben veel mensen last van ‘internetitis’. Want als je, zoals ik, een groot deel van de dag achter een computerscherm zit, kun je tussen de werkzaamheden door ook even snel op het internet, zonder je mobiele telefoon te hoeven pakken. Vaak word je dan afgeleid door het één of ander en kost het je veel moeite om de draad van het werk weer op te pakken.

Maar goed, eerlijk is eerlijk: het internet kan prachtig zijn. De catalogus lijkt oneindig veel schatten te bevatten en groeit nog met de dag. We hoeven niet meer een hele dag rond te lopen met een vraag in ons hoofd, maar kunnen het antwoord gelijk opzoeken. Het scheelt een hoop tijd en je hoeft niet meer oeverloos in boeken te bladeren. De keerzijde is dat je hersenen lui worden. Op een gegeven moment zul je ontdekken dat het je steeds meer moeite kost om dingen te onthouden. Ook kan de constante stroom van informatie voor concentratieproblemen zorgen.

Leraren klagen erover dat ze moeite hebben om de aandacht van de leerlingen vast te houden. Zij zien sowieso het nut niet in van scholing. Waarom iets leren als je alles op je smartphone kunt opzoeken?
Het proces van leren is veel belangrijker dan feitelijke kennis opdoen. Die kennis kan desnoods opgezocht worden. Maar het ontwikkelen van het vermogen om problemen op te lossen en communicatief vaardig te worden leer je niet door het klakkeloos opzoeken en aannemen van informatie op het internet.

Niet alle informatie op het internet is betrouwbaar. Los van websites die nepnieuws brengen, kunnen bepaalde berichten op social media ook zorgen voor een scheef beeld van de werkelijkheid. Zo kunnen nepfilmpjes een polariserend effect hebben en de mening van de kijker in een bepaalde richting duwen. Kinderen kunnen door een gebrek aan voorkennis een verkeerd beeld opgelegd krijgen en sommige volwassenen worstelen daar zelf ook mee. Door de huidige techniek en het feit dat het maken van een website minder ingewikkeld is dan ooit, kunnen nepberichten er betrouwbaar en gelikt uit zien. Het is de taak van ouders en leraren om kinderen te wijzen op de mogelijke onbetrouwbaarheid van de informatie op het internet.
Het gebruik van de smartphone in de klas zou verboden moeten worden, net als dat ouders hun kinderen een beperking zouden moeten opleggen om het internetgebruik te verminderen.

Hoogleraar oogheelkunde Caroline Klaver beweert zelfs dat een teveel aan schermactiviteiten blindheid kan veroorzaken. Volgens haar is het beter als kinderen meer buitenactiviteiten hebben en minder bezig zijn met smartphones en/of tablets. Ook voor volwassenen geldt dat het te lang turen naar een scherm schadelijk kan zijn voor de ogen. Zeker als je nagaat dat een scherm licht uitstraalt en dit hetzelfde effect heeft als wanneer iemand met een zaklantaarn in je ogen schijnt. Waarschijnlijk zullen we over twintig jaar op deze periode terugkijken als een tijd dat we zoekende waren naar een balans in ons offline- en online bestaan. Misschien valt het mee en hebben we minder last van oog- en concentratieproblemen dan ik hier schets. Maar het is nooit te vroeg om jezelf bewust te maken van je eigen gedrag. Want hoe mooi het internet ook moge zijn, het kan ook een verslavende werking hebben.

‘Falling and crawling’ – Mike Cubrik

Voor het eerst in 15 jaar (!) hebben Jan Kuipers en ik samen een nummer geschreven en opgenomen. Jan heeft alle muziek ingespeeld en onderstaande clip gemaakt en ik heb de tekst geschreven en het nummer ingezongen.

‘Hang dien jaze hier mor hèn, voaderman’

Geschreven door mijn vader Jibbo Poppen, uit de allerlaatste Winschoter Courant van zaterdag 8 oktober 1988.

“Nou most ais goud heuren, voaderman: wie leren die nou wel om dizze neie mesjienes te bedainen, mor den most ons nait direct weer weglopen, hè!” Deze bijna dreigende woorden sprak algemeen bedrijfsleider Jan Leidekker tegen mij, toen ik op 5 februari 1973 als een ‘verloren zoon’ in de gelederen van Drukkerij en Uitgeversbedrijf J.D. van der Veen terugkeerde. Terugkijkend blijken de woorden van Leidekker wel effect te hebben gesorteerd, want ik ben gebleven. Na de ‘neie mesjienes’ bereidde ik advertenties voor ten behoeve van de zetters en op 16 januari 1978 trad ik toe tot de redactie van de Winschoter Courant.

De naam Leidekker zal hierboven niet voor het eerst in deze krant zijn geschreven. Hij was door postuur, persoonlijkheid en zijn lange grijze stofjas een belangrijk man. Hij was het, toen als voorman machinezetterij en opmaak, die mij op 16 augustus 1965, als 15-jarige het waslokaal, met de klerenkasten rondom, binnenleidde en zei: “Hang dien jaze hier moar hèn, voaderman”.

Onwil
Het was allemaal begonnen met mijn onwil om de Mulo af te maken. Mijn vader, toen als krantenbezorger in dienst van Van der Veen, ging eens met bedrijfsleider Piet van Dijk praten om te kijken of er een plaats ‘op drukkerij’ was. Ik zou dan toch nog een vak leren. Na een test in het Instituut voor Toegepaste Psychologie aan de Vossiusstraat in Amsterdam (zo grondig gebeurde dat toen nog; iets wat je nooit vergeet) werd ik geschikt bevonden om aan een carrière als leerling-handzetter te beginnen. Er werden blauwe overalls gekocht en de eerste tocht richting Vissersdijk begon op die 16e augustus 1965. Die gang zou tot op de dag van vandaag blijven voortduren.
Na de ontvangst door Leidekker, de trap op in de hal, die naar de opmaak (rechts) en zetterij (links) leidde. Hier bevond zich toen het glas-in-lood-raam met de tekst:

“Schep uw geluk uit pers en druk.”

Pastei
Op de handzetterij maakte ik kennis met de man die mij in vier jaar tijd het vak van handzetter moest aanleren: Flip Ruiter. Uit zijn handen ontving ik een zethaak, een galei, een houten meetlatje en ik moest achter een zetbok voor leerlingen plaatsnemen. Daar worstelde ik maandenlang met een letterkast met Erasmus 10 punten: eerst de ligging van de letters onthouden, dan snelheid opdoen, vervolgens distribueren (het terugleggen van de letters in de kast), zetsel opbinden, een tekstblok in een keer oppakken, zonder dat de zaak ‘in pastei’ viel.
Het lukte allemaal redelijk en gaandeweg werd je geschikt geacht om eens een visitekaartje of een trouwkaartje te zetten. Er heerste een redelijk strakke discipline op de handzetterij. Roken was voor leerlingen tijdens het werk verboden. Ook niet verwonderlijk, want bij het draaien van een shagje zou je loodstof binnen kunnen krijgen.
Er werd elke morgen met verlangen uitgekeken naar de komst van juffrouw Trijn de Jong. Ze kwam elke dag om negen uur met haar rieten mand met kopjes en een pot koffie en serveerde die op het bureau van Leidekker in de hoek van de zetterij. Letterkasten werden uitgetrokken om als zitplaats te dienen, de handen werden gewassen en het ‘stoetje’ werd verorberd. En als er nog tijd was: een sigaretje.

Roetsie, roetsie
Dat laatste schoot er echter vaak bij in, door de priemende ogen van Leidekker, die de handzetters opwekten om weer aan het werk te gaan. Hij was omstreeks die tijd op de opmaak druk met de krantepagina’s bezig en gunde zich amper tijd voor de koffie. Terwijl wij voorzichtig aan het bruine vocht nipten, beende Leidekker kort na het inschenken naar zijn bureau, pakte een kop, zette die aan de mond en goot de koffie in één keer naar binnen, zonder een spier te verrekken. We hebben toen vaak gedacht, dat hij een loden pijpen als slokdarm had. Maar ja, net zoals nu: de krant moest klaar en dus was het: “Roetsie, roetsie, dizze ken deur!”
Het aanleren van het vak van handzetter was niet de enige bezigheid voor een leerling. Elke dag de vloer vegen (niet met je collega’s), loodschraapsel onder de zetmachines vandaan halen, loodstaven, lijnenmateriaal en ‘wit’ vanuit de styperij naar boven sjouwen, de bak van de zaagmachine legen en vrijdagsmiddags zetsel distribueren en lijntjes poetsen.

Gieten
Een andere bezigheid was het gieten van nieuwe loodstaven. Het afgewerkte zetsel kwam in de styperij in een smeltoven terecht en werd vervolgens weer tot nieuwe staven gegoten. Het was altijd een warm en vrolijk gebeuren in deze catacomben. Ik dronk tijdens het gieten wel eens een slok uit een fles frisdrank van één der stypeurs. Hendrik ‘Moeske’ Meijer beschuldigt mij er tot op de dag van vandaag van dat ik hem een fles cola afhandig heb gemaakt en die alleen heb leeggedronken. Hetgeen ik blijf ontkennen.
In de winter wist Leidekker altijd wel werk te vinden voor een leerling. Hij trok zich dan niks aan van de tegenwerpingen van leermeester Flip Ruiter: “Hest doe niks te doun? Goa mor snei vegen!”
Alles met elkaar leerden we het vak toch goed. Er waren echter ook dieptepunten. Ik herinner met het tussenexamen, dat ik moest afleggen bij drukkerij Europrint in Wildervank. Zaterdagmorgen om half zeven met de bus er naar toe. Verschillende soorten zetsel, zoals een uitnodiging en een moeilijk staatwerk, moesten worden gemaakt. Het resultaat was voor mij bedroevend. De regels op het examenrapport staan in mijn geheugen gegrift: “Werkt te langzaam en maakt teveel rommel,” Ik kreeg van bedrijfsleider (hij was toen ook nog gecommitteerde) Piet van Dijk een flinke uitbrander. Het is toch allemaal goed gekomen.
Het werk op de handelsdrukkerij speelde zich voor mij voor een groot deel af in Drukkerij Oldambt, de voormalige drukkerij van Huisman, die door Van der Veen was overgenomen. Het verdwijnen van de handelsdrukkerij uit de panden aan de Vissersdijk ken Liefkensstraat was symptomatisch voor het afglijden van dit stuk van het bedrijf naar de rand van de onderneming. In 1971 was het voorbij: na een organisatie-onderzoek door Bakkernist-Spits en Co. werd besloten de handelsdrukkerij te sluiten. Ik verliet de onderneming en kwam in 1973 terug.

Zo kwam er, al terugkijkend en in het geheugen gravend, herinneringen boven aan de periode, die ik mijn Van der Veen-periode op de handelsdrukkerij werkte. Een mooie tijd, werkend in het mooie grafische vak. Nog steeds vind ik de Reiner Script het mooiste lettertype dat ooit ontworpen is. Daar kunnen alle moderne ontwerpers niet tegenop. Hoewel ik nadien heel ander werk ben gaan doen en me nu bezig houdt met het ‘ontwerpen’ van verhalen, met de Nederlandse taal als middel, gaat mijn hart nog snel kloppen bij het zien van een mooie ontworpen stuk drukwerk.

Ik ben blij dat ik nog steeds iets mag ‘maken’. Ik kan me de frustraties van veel oudere typografen voorstellen, die nu moeten werken in een gestroomlijnde, bedrijfsmatige organisatie, waar ze niet meer zijn dan handlanger van de machine. De arbeidsvreugde is er bij hen merkbaar door teruggelopen. Dat is de schaduw, die valt bij het terugkijken op een Van der Veen-dienstverband dat zich uitstrekte van 16 augustus 1965 tot 12 november 1971 en van 5 februari 1973 tot 1 januari 1985 bij Drukkerij en Uitgeversbedrijf J.D. van der Veen b.v.

Een belangrijke gebeurtenis wil ik niet onvermeld laten. Het werken bij Van der Veen heeft mij ook een vrouw opgeleverd. Met Grietje ben ik inmiddels 14,5 jaar gelukkig getrouwd. Ze werkte bijna op de krant: bij Bremmer, de buurman. Ik haalde (toen ik nog rookte) heel wat pakjes shag (ook voor anderen). Uiteindelijk is daar iets blijvends uitgegroeid.

Lees ook: “Pa”

Bureaucratie en hulpverlening

In december 1993 strandden mijn vader en zijn twee mede-hulpverleners met een overbeladen vrachtwagen vol goederen bij de Oostenrijkse grens in Passau. Ze kregen een fikse boete, laadden een deel van de vracht uit, moesten die vervolgens weer inladen en werden tegengewerkt en afgeblaft door de grenswachten. Uiteindelijk zouden de goederen de eindbestemming Mocrea in Roemenië niet eens bereiken. Want na een tweede selectie bleken ze nog steeds te zwaar beladen te zijn en werd er een alternatief doel gekozen. De spullen kwamen wel goed terecht: naar een groep Joegoslavische vluchtelingen. Maar deze gebeurtenis bleek later wel een keerpunt te zijn in mijn vaders hulptransporten.

Lees ook: “Transport naar Roemenië”

Pa

Vandaag is het alweer 6 jaar geleden dat mijn vader Jibbo Poppen overleed.

“Ik heb een goed leven gehad,” zei mijn vader tegen me, een dag voordat hij stierf, “maar nu is het wel mooi geweest.” De hele dag in bed liggen, lam van de morfine en verbonden met een zuurstofapparaat zijn was niet zijn stijl… Pa was altijd een heel actief mens, die van elke dag iets bijzonders probeerde te maken. Toen dat niet meer ging, legde hij zich erbij neer. Zelfs op zijn sterfbed heeft hij ons nog iets geleerd: verzet je niet tegen de grillige kanten van het leven, want dat is een gevecht dat je niet kunt winnen.

Pa in Bergen aan ZeeMijn vader was journalist, maar is ooit begonnen als vormgever. Als kind keek ik het kunstje af toen hij een kerkblad in elkaar zat te plakken. Het duurde niet lang of ik maakte mijn eigen krantjes en bracht die met een kameraadje op de fiets langs onze abonnees. Als pa weekenddienst had, ging ik met hem mee naar de krant en werkte ik aan mijn eigen producties, terwijl hij de maandag-editie in elkaar draaide.

Hoewel pa op het eerste gezicht redelijk kalm overkwam, kon hij ook heel erg uitbundig en grappig zijn. Als hij slaperig werd, ging hij altijd heel hard zingen om toch wakker te blijven. Toen hij bij een zangkoor ging, waren ze blij met zijn aanwezigheid omdat hij een mooie en diepe stem had. Af en toe zong hij solo’s tijdens speciale uitvoeringen in de kerk.

Zoals heel veel mensen mij op het hart drukken: het is vreselijk dat mijn ouders zo jong zijn gestorven. Desondanks hebben ze me zoveel gegeven dat ik er een leven lang mee vooruit kan.

Natuurlijk zijn sommigen verbaasd dat uitgerekend hij longkanker kreeg. “Je vader rookte toch niet?” Nee, inderdaad niet. Als jonge knuppel heeft hij dat wel een tijdje gedaan, maar daar ben ik hem wel dankbaar voor. Waarom? Omdat hij anders mijn moeder niet ontmoet had. Zij werkte in de kruidenierszaak waar hij zijn pakje shag altijd ging halen…

Joyriden met mijn moeder

Als mijn moeder mij in de zomer van 1997 niet had gevraagd of ik zin had om samen met haar op rijles te gaan, dan had ik nu nog geen rijbewijs gehad. Ik zag er domweg het nut niet van in. Ik deed alles op de fiets en met de trein en vond het wel prima. Bovendien zag ik auto’s als milieuvervuilende moordmachines. Ma verzekerde me dat het handig zou zijn om een rijbewijs te hebben, ook als ik niet zou besluiten om een auto te kopen. Omdat ze me altijd goed kon overtuigen, besloot ik om met haar mee te doen. We schreven ons in bij een rijschool in Scheemda.

We hadden dezelfde rijleraar maar kregen apart les. Hij maakte met zijn ironische opmerkingen en flauwe humor een onuitwisbare indruk op ons. Jaren later zouden we hem nog citeren. Mijn moeder vond het niet eens erg dat hij haar ‘die ouwe’ noemde (ze was 45) en mij ‘Suukerpopke’ (omdat hij mij een moederskindje vond). Hij had wel de pech dat ik met mijn 22 jaar een stuk mondiger was dan de gemiddelde leerling, die zo’n 4 jaar jonger was. Af en toe zaten we te bekvechten en ik beschuldigde hem ervan dat hij mijn moeder een keer overstuur had gemaakt. Niet dat ik er bij was geweest, maar uit haar verhalen kon ik begrijpen dat hij af en toe een beetje bot was als ze een fout maakte. Hij kon soms erg drammen en hameren op je zwakke punten en dat gaf je het gevoel dat je ongeschikt was om ooit een goede chauffeur te worden. Uiteindelijk gaven we toe dat zijn af en toe harde aanpak wel zijn vruchten heeft afgeworpen. Soms moet je een beetje extra gestimuleerd worden om je uiterste best te doen.

Om eerlijk te zijn was ik verre van een natuurtalent als het op auto rijden aankwam. In tegenstelling tot mijn vrienden, die na 20 lessen fluitend in één keer afreden, had ik dubbel zoveel lessen nodig en had ik pas na mijn vierde examen het felbegeerde papiertje in handen.
Maar zover was het nog niet. Ma en ik kregen elke week les en onze pa was de enige in huis die ons nog steeds naar alle afspraken moest rijden. Toen mijn moeder en ik al heel wat lessen hadden gehad, was pa voor een congres ergens in het westen van het land. Hij reisde graag met de trein, omdat je dan ook een beetje kunt werken terwijl je je verplaatst.

Ma en ik zagen de Mazda werkloos op de oprit staan en we dachten waarschijnlijk allebei hetzelfde. Het was erg mistig en ze zei dat we boodschappen nodig hadden. Niet fijn om er op de fiets door te gaan, vooral niet omdat we in een klein dorpje woonden en dat er eigenlijk minstens vijf kilometer verderop pas een echte supermarkt was.

Voordat we het wisten zaten we in de auto. Ik startte de wagen en vlak na het wegrijden sloeg de motor alweer af. Waarschijnlijk liet ik de koppeling te snel los. Toch heel anders, zo’n benzine-auto (met rijles reden we in een diesel). Opeens besloegen alle ramen. Onder het rijden probeerden ma en ik alle knopjes op het dashboard uit, maar er leek niet veel te gebeuren. Snel het raam maar open. Ma zag het niet meer zitten. ‘Zullen we maar weer naar huis gaan?’ Ik vond dat we door moesten rijden. We reden door Meeden, waar we steeds moesten stoppen om tegenliggers te laten voorgaan. Er stonden veel auto’s langs de weg geparkeerd, dus er was te weinig ruimte om door te rijden. Telkens sloeg de motor af bij het wegrijden. Uiteindelijk was ik zo snugger om wat gas bij te geven.

Na een klein half uurtje kwamen we aan in Veendam. Ma zei dat ik de auto maar op het dak van het ABC-complex moest zetten, maar dat zag ik niet zitten. Geen idee hoe dat werkt, ‘omhoog rijden’. Voorlopig was horizontaal rijden al moeilijk genoeg.
Ma reed op de terugreis en bracht het er een stuk beter vanaf dan ik. Gelukkig was de mist ook weggetrokken.
Pa kon het later haast niet geloven wat we hadden gedaan. ‘Als jullie waren gepakt…’ Ook onze rijleraar vond het superstom. ‘Als jullie waren aangehouden, hadden jullie het auto rijden voor de rest van je leven op je buik kunnen schrijven!’
Leek ons een beetje overdreven, maar voor de veiligheid is het toch maar bij deze ene keer gebleven…

Druk, druk, druk

Ik ben niet druk, ik ben gewoon bezig…

Overal hoor je het: iedereen heeft het druk. Mensen die met pensioen zijn hebben het drukker dan ooit en kunnen zich niet meer voorstellen dat ze ooit tijd hebben gehad om te werken. Kinderen moeten tegenwoordig van hot naar her rennen en mensen die nog een baan hebben moeten meer doen in minder tijd.

Voor veel mensen begint de stress al vroeg in de ochtend. Haastig wordt er gewassen, geplassen en ontbeten. Sommige mensen gunnen het zichzelf niet eens om een fatsoenlijk ontbijt op tafel te zetten.

Eenmaal op kantoor gaat de race tegen de klok gewoon door. E-mails moeten worden beantwoord, vergaderingen bijgewoond, klanten moeten worden overtuigd en binnengehaald. Altijd tijd te kort. Geld te kort. Stress, stress, stress.

Thuis even snel een hapje eten en onder het TV kijken nog snel wat mailtjes wegwerken. Zo lijkt de dag van de gemiddelde ‘FT-er’ (Full-time werker) eruit te zien. Dit gaat door tot ze 67 en totaal opgebrand zijn. De grote wereldreis waar hij of zij zich hun hele werkzame leven op heeft verheugd, gaat niet door, omdat de energie op is.

De reden waarom ik een redelijk sobere en rustige leeftstijl nastreef, is vooral omdat ik al teveel mensen heb zien wegglijden in een burn-out. Na soms jarenlang geploeterd te hebben, zichzelf te hebben verwaarloosd en alleen maar anderen te hebben geplezierd, komen ze tot de conclusie dat de wereld gewoon doordraait als je het wat rustiger aan doet. Tijdens een burn-out ben je een schim van wie je bent geweest. Na een burn-out is alles anders en word je gedwongen om je een andere leefstijl aan te meten. Feitelijk is het dan al te laat. Daarom: voor iedereen die het écht te druk heeft, neem gas terug voordat het te laat is. Geef de dokter niet de schuld als hij de oorzaak van je vage klachten niet kan vinden. Door zelf je stress te verminderen, kun je een heleboel ellende voorkomen.

Ik vind het af en toe doodvermoeiend. Je krijgt het idee dat we in een totaal dolgedraaide maatschappij leven. Nu vind ik wel dat sommige mensen erg kunnen overdrijven. Als ze meer dan de ‘verplichte’ acht uur op een dag werken, hebben ze het al ‘druk’. Zou het niet zo zijn dat heel veel mensen het juist druk hebben met druk zijn? Want het is ook een psychologisch spelletje: als je jezelf wijs maakt dat je het druk hebt, dan ga je je ook opgejaagd voelen. Het tegendeel is ook waar. Als je alles rustig afwerkt, voel je je veel meer relaxt en krijg je meer gedaan dan iemand die de hele dag druk zit te doen.

Sass Jordan live

image

Foto: Erwin Jonkman Fotografie

In 1994 was het nummer “High road easy” vaak op de radio te horen. Eerst dacht ik dat Tina Turner een ruigere weg was ingeslagen, maar al gauw bleek het om de nieuwe plaat van de Canadese Sass Jordan te gaan. Met haar rauwe stem en straffe rocknummers wist ze mij in te pakken. Ik draaide haar album “Rats” helemaal grijs en kocht ook de populaire voorganger “Racine”. Helaas lukte het haar niet om het succes vast te houden en kwam ze een beetje in de vergetelheid terecht. In Nederland althans. In haar thuisland scoorde ze af en toe nog wat hits en tot op heden maakt ze platen.

Toen ik in een huis-aan-huis krant las dat ze een clubtour ging houden in Nederland, bestelde ik gelijk twee kaartjes voor het optreden in Drachten. Het mooie was dat dit ’s middags gehouden werd, volgens Sass ‘The best time for a show, ever!’

Ze maakte mijn hooggespannen verwachtingen waar: een lekkere set met veel nummers van de voorgenoemde albums. Ze was goed bij stem en had een uitbundige, maar gelijk ook beheerste podiumpresentatie. De band speelde hecht en maakte af en toe een geintje tussendoor. Tijdens een gitaarduel tussen beide gitaristen verliet Sass even het podium, zodat de aandacht volledig op haar band gericht kon worden.

Ze sloot af met “So hard”, één van haar eerste nummers. Ik heb genoten! Ik heb bij optredens geen zin om de hele tijd met een camera in mijn hand te staan, maar heb toch nog een filmpje van 8 minuten weten te produceren: