Tuinplaatjes

Een paar foto’s uit onze tuin. De photinia bloeit weer, voor het eerst sinds twee jaar. Als je langs de boom loopt ruik je de zoete geur en tussen de bladeren en de bloesem is het een drukte van jewelste. Alles wat zoemt en vliegt zie je voorbij komen en doet zich tegoed aan de nectar van de witte bloemetjes.

Over een tijdje zullen dit zonnebloemen zijn…

Onze trots, onze passiebloem:

In onze kruidentuin bloeit de thijm.

Engels gras in bloei:

Primula veris:

De oregano groeit stug door…

Deze plant gaat ons binnenkort voorzien van aubergines:

De aardbeien worden al een beetje rood…

Drie in één: courgetteplant, paprikaplant (rechtsboven) en tomatenplant.

Ze zijn inmiddels uitgebloeid, maar dit zijn zwarte tulpen:

De lampenpoetser

Vandaag was er een grote tuinmarkt in het centrum van Veendam. We hebben een aantal vaste planten voor de voortuin gekocht, een nieuwe Passiebloem en een Lampenpoetser (latijnse naam Callistemon). Wat een bijzondere plant. Helaas niet winterhard (al zei een verkoper dat hij min zeven graden celcius best kan verdragen). We gaan het risico niet lopen en halen de plant naar binnen zo gauw als het koud gaat worden. Maar de zomer is nog niet eens begonnen dus eerst maar eens afwachten hoe hij eruit ziet als er nog meer bloemen in komen.

Lisa Franken in Klein Wetsinge

Vanmiddag zijn we voor de verandering naar een klassiek concert geweest. Lisa Franken (1984) trad op in het kerkje van Klein Wetsinge. Ze speelde afwisselend op cello en piano stukken van o.a. Bach, Schubert en Chopin.
De Duitse speelt al sinds haar vijfde levensjaar en dat kun je horen. Veel virtuoze muzikanten proberen hun publiek vooral te imponeren door zoveel mogelijk noten per seconde te spelen en ook Franken heeft zeer snelle vingers. Maar zij weet veel gevoel in haar spel te stoppen en kiest voor stukken met veel variatie zodat je als publiek geboeid blijft luisteren. Tussen de nummers door vertelde ze kort iets over de composities en een aantal stukken heeft ze zelf gearrangeerd.
Na de pauze speelde ze modernere werken van Cassado en Piazzolla en zo werd het concert van vanmiddag niet alleen een reis door de tijd, maar ook over de wereld. Aanrader!

Drents museum

Van mijn schooltijd is me vooral bijgebleven dat we regelmatig naar Drenthe gingen. Op schoolkamp naar Schipborg, wandelen in het bos bij kamp Westerbork én veenlijken kijken in het museum in Assen. Na al die jaren ga ik nog steeds graag naar Drenthe, vanwege de geweldige heide, bossen, vennetjes afgewisseld met zandvlaktes. Maar ook de rijke geschiedenis van deze provincie blijft me boeien. 

Op een oude foto zie je mij als kleuter op een hunebed staan. Op dat moment had ik hoogstwaarschijnlijk geen idee waarom die bult stenen daar lag. Maar toen we een paar weken terug in het hunebedmuseum waren (in Borger) moest ik even weer aan die foto terugdenken. Ik kocht een boekje over de tijd van jagers en verzamelaars. Er is eigenlijk heel weinig over bekend, omdat mensen toen nog niet konden schrijven. Maar wat moet de lucht fris zijn geweest, zonder gemotoriseerd verkeer en industrie. De mens paste zich aan de omgeving aan en niet andersom, zoals tegenwoordig.

Hunebedden
In het Drents museum wandel je door de prehistorie en worden oude voorwerpen getoond, waarvan niet eens 100 procent zeker is waar die precies voor gebruikt werden. Dat kun je ook over de hunebedden zeggen. Men gaat ervan uit dat een hunebed een laatste rustplaats was voor de doden, maar veel botten zijn er nooit in gevonden. Wel schedels, as en voorwerpen. De meeste mensen werden gewoon in de natuur begraven en men vermoedt dat alleen de meer invloedrijke personen in hunebedden werden bijgelegd.

Veenlijken
Als kind vond ik de veenlijken al erg interessant, en waar ik me nog steeds over verwonder is hoe het kan dat het ene lichaam compleet verschrompeld uit het moeras is gekomen, terwijl van een ander lichaam alleen de botten bewaard zijn gebleven. Op de begeleidende bordjes staat te lezen dat het ene moeras andere delen conserveert dan het andere. Van het bekendste veenlijk, het meisje van Yde, is het gezicht gereconstrueerd.

Johannes van Lier

Het hoogtepunt in het Drents museum is de interactieve tour door het ‘Grootste poppenhuis van Nederland’. Je wordt meegenomen naar de 18e eeuw, in het huis van Johannes van Lier en je kunt zelf kiezen wie de rondleiding gaat geven: de gastheer zelf, zijn dochter, de huishoudster of andere bewoners. Tijdens de tour verschijnt de rondleider in de spiegel die in de kamer hangt. Een leuke combinatie van moderne technieken in authentieke ruimtes. Je wandelt door de eetzaal, speelzaal, kelder, kantoor en slaapkamer en alles ziet eruit alsof het nog steeds in gebruik is.

Expositie van Russische schilders
Tot en met 2 april a.s. is er een expositie van Peredvizhniki, een groep Russische schilders zoals Ilya Repin en Konstantin Savitsky. Prachtige, realistische schilderkunst waar ik voor het eerst mee kennis maakte tijdens de Repin tentoonstelling in het Groninger museum (2002). De schilderijen zijn niet alleen natuurgetrouwe weergaves van de vaak troosteloze Russische taferelen, maar kunnen ook beschouwd worden als commentaar op sociaal onrecht.

www.drentsmuseum.nl

Dokkum

Stad van Bonifatius en de Elfstedentocht. Wij gingen er gisteren heen om er vervolgens een beetje verliefd op te worden. Prachtige pandjes, rustige sfeer, culinair genieten én een mooi museum, met veel aandacht voor de historie van de stad. Een fotoverslag.

Gezicht vanaf de Diepswal
De koffiebranderij schonk maar liefst 30 koffie-varianten. Wij namen de koffie-mocca en koffie-kaneel.

Sint-Bonifatiuskerk
Op de brug richting het Westerbolwerk.
Op de brug richting het Westerbolwerk.

Molen Zeldenrust
Beeld van Bonifatius in het gelijknamige park.
Stadhuis van Dokkum.

R.I.P. George Michael

Ik luister nu naar “Too much love will kill you”, in de versie van Queen. Gezongen door Freddy Mercury. Hij is voor zover ik mij kan herinneren de eerste rockdode uit mijn leven. Er waren er vast meer, maar wat maakte zijn overlijden een indruk. Dat we nu, 25 jaar later, nog steeds kunnen genieten van zijn muziek en zijn stem, is toch echt mooi. Dat is een troost voor al die artiesten die te jong overlijden. Denk aan Amy Winehouse, Jim Morrison, Kurt Cobain, de lijst is inmiddels eindeloos.

De lijst van dode artiesten in 2016 is ook een stuk langer geworden, sinds ik daar een logje aan weidde in april. Gisteravond hoorde ik, luisterend naar de Top 2000 op Radio 2, dat ook George Michael niet meer tot het land der levenden behoort. Overleden aan hartfalen op eerste kerstdag. “Last Christmas” heette één van zijn hits, hoe bizar. Ik moest gelijk denken aan Mercury. Tijdens het “Memorial Concert” van Freddy zong hij een prachtige versie van “Somebody to love”. De leden van Queen vonden dat hij qua stem het dichtst in de buurt van hun frontman kwam. Die avond bleek dat Michael zoveel meer met zijn stem kon als hij tot dan toe in zijn eigen werk had laten horen.

Dood, maar niet vergeten. En nog steeds te horen…

Come on and dance

come-on-and-dance-coverIk heb twee albums van Cat Stevens, “Tea for the Tillerman” (1970) en “Matthew and son” (1967). Het grote verschil tussen die twee is dat de eerste een echte singer/songwriter-achtige plaat is en de tweede meer een pop-plaat. Mijn favoriet is “Come on and dance” en dat komt waarschijnlijk door het steeds terugkerende motiefje en het uitbundige refrein. Deze week heb ik een poging gedaan om een eigen versie van dit nummer te maken. Af en toe een liedje coveren is niet alleen erg leuk, maar ook heel leerzaam.

In de bajes

Sinds kort hebben mijn vrouw en ik een museumjaarkaart. Ik denk dus dat de komende tijd wat blogs zullen verschijnen over onze bezoeken. Het eerste bezoek was een paar weken geleden, in het gevangenismuseum in Veenhuizen. Deze stond boven aan de lijst en het was zeker de moeite waard om daar een kijkje te nemen.

Als je door Veenhuizen rijdt, valt het je op dat de veelal statige huizen aan het kanaal allemaal spreuken bevatten. Meer dan 100 gebouwen zijn rijksmonumenten.

Het voormalig werkgesticht wat nu is omgebouwd tot een museum bevindt zich in een prachtige groene omgeving. Ondanks de drukte van de vele bezoekers heerste er een serene rust. Ook al is de kalme sfeer erg prettig, het voelt ook een beetje sinister. Want je beseft je terdege dat je op een plek bent waar heel wat is gebeurd.

In het eerste deel van het museum wordt je geconfronteerd met de vele pijnlijke en onmenselijke manieren van straffen in de middeleeuwen. Een houten pijnbank, een radbraakkruis, hand- en voetboeien. Vaak vonden deze martelingen in het openbaar plaats. Niet zelden werd er een onschuldige ter dood veroordeeld.

In latere jaren werd het beleid veel milder. Maar eigenlijk pas sinds de twintigste eeuw werden gevangenen gezien als mensen met niet alleen plichten, maar ook rechten. De cellen werden groter en luxer, en gedetineerden kregen de kans om zich te ontwikkelen tijdens hun tijd in de bajes.

Sommige mensen deden een poging om te ontsnappen. In 2010 wist Tottie Kiel uit de Bredase gevangenis te ontsnappen door een tunnel te graven. Na zes weken op vrije voeten te zijn geweest, werd ze weer opgepakt om de rest van haar straf uit te zitten. Er verscheen een boek van haar verhaal.

Door het laatste deel van het museum ben ik anders gaan denken over criminaliteit. In deze ruimte werd aandacht besteed aan het persoonlijke verhaal van een aantal gevangenen. Behalve mensen die door allerlei (geld)problemen het verkeerde pad op zijn gegaan, zijn er ook mensen waarvan het criminele gedrag genetisch bepaald is. Zij hebben moeite met het beheersen van hun impulsen en kennen weinig discipline. Iets om over na te denken.

image

De scheve toren van Ljouwert

imageGistermiddag liep ik door de kleine kerkstraat in Leeuwarden. Ik liep langs de viswinkel waar ik jaren geleden met mijn moeder heel wat visjes heb weggehapt. Even verderop verscheidende culinaire winkeltjes die allerlei delicatessen verkopen. Voor een aantal van die winkels stonden kraampjes, waar je de aangeboden waren kon proeven. Diverse worstsoorten, koeken, noten en kaas.

Aan het einde van de straat kwam ik uit op een enorm plein met een grote toren. Hij bleek niet helemaal recht te staan. Ik was aanbeland bij de scheve toren van Leeuwarden. Grappig. Ik ben ooit langs Pisa gereden maar had geen trek om de befaamde toren aldaar te bekijken. Te cliché. Maar dat we er in het noorden ook eentje hebben is wel bijzonder.

De toren heet De Oldehove. In 1529 gebouwd, naast een kerkgebouw. Onder het bouwen begon de boel al te verzakken. Toch maar afgebouwd. Jaren later tijdens een grote storm stortte de kerk in. Deze werd afgebroken en zo bleef de toren eenzaam en alleen achter.